|

|
In de klas:
visuele problemen
Sommige kinderen hebben niet een vast referentiepunt van waaruit de hersenen
afstand, diepte en ruimte kunnen vaststellen en beoordelen.
Dit leidt niet alleen tot een onhandig, stuntelig kind die niet goed is in sportactiviteiten,
maar het geeft ook moeilijkheden in de klas en met het schoolwerk. En dan is er nog een ander groot
probleem: dit kind wordt vaak gepest.
Begrip en ruimtelijke taken kunnen een nachtmerrie zijn voor deze kinderen. Het simpel onder
elkaar zetten van cijfers kan al moeilijkheden veroorzaken:
12
.. 13
22
___+
38
allemaal omdat het kind niet in staat is de oogbewegingen en hand-oog coördinatie vast te houden
om zo'n simpele taak uit te voeren.
Anderen zijn lichtgevoelig, zodat zwarte inkt op wit papier erg storend is, of zij krijgen hoofdpijn van
het flikkeren van de TL-verlichting.
Wanneer ogen niet goed samenwerken om tot een binoculaire visie te komen, zal het kind soms heel
iets anders zien dan wat er werkelijk aan hem getoond wordt.
Zijn de oog-volgingsbewegingen onregelmatig of schichtig of kunnen de ogen niet goed volgen, dan zullen
de leesmogelijkheden van het kind dusdanig beïnvloed worden dat hij/zij woorden of regels overslaat en vaak de
plaats kwijt waar hij/zij aan het lezen is.
Gestandaardiseerde oogtesten, die de ogen testen op het kunnen zien en niet zozeer op het functioneren van het oog,
zullen het probleem dan ook vaak niet ontdekt hebben.
|
> Vragenlijst
> Kostenoverzicht
> Reacties op...
Disclaimer
© INPP Nederland |