|

|
In de klas:
dyspraxie
Het woord "dyspraxie" is afgeleid van twee bronnen: "Dys" komt uit het Latijn en betekent
"niet gemakkelijk" of "moeilijkheden hebben met". "Praxie" komt uit het Grieks en betekent
"actie" of "oefening".
De term dyspraxie wordt gebruikt om "het moeilijkheden hebben met de
uitvoering van gecontroleerde willekeurige bewegingen" te beschrijven.
Het is een stoornis van de beweging, waarbij de mogelijkheid om goed gecoördineerde
handelingen uit te voeren verzwakt of aangetast is, zonder dat er van verlamming of een andere
verzwakking van de primaire bewegingsontwikkelingen sprake is. En het kan zowel in de ontwikkeling
ontstaan als worden aangeleerd.
Dyspraxie (vroeger ook wel het "onhandige-kind-syndroom" genoemd) wordt soms gebruikt als een
overkoepelende term voor kinderen die dezelfde symptomen hebben, maar waarbij de oorzaak verschillend is.
De diagnose "dyspraxie" wordt vaak gegeven door een huisarts, klinisch psycholoog, fysiotherapeut of bewegingstherapeut.
De gecontroleerde willekeurige bewegingen hebben te maken met vele systemen, maar er zijn drie
belangrijke gebieden die meespelen bij dyspraxie:
1. de Sensorische geleiding
2. het Bewegingsysteem
3. het Centrale Zenuwstelsel
Elk van de bovengenoemde onderdelen kan verantwoordelijk zijn voor de zichtbare symptomen.
Daarom is de identificatie van het belangrijkste gebied waarin de fout zit erg belangrijk
voor een effectieve behandeling.
Het kind dat een zwak sensorische bewustzijn heeft, zal goed reageren op een behandeling
waarbij elk van de zintuigen getraind wordt in het meer effectief doorgeven van informatie.
Dit kan gebeuren door stimulatie van één van de zintuigen, bijvoorbeeld door
tactiele stimulatie (veel aanrakingen) of auditieve training voor het kind dat over- of ondergevoelig
is in deze gebieden. Of door bewegingprogramma's ontwikkeld voor de verbetering van de
sensorische integratie. Beweging/houdingtherapeuten (die getraind zijn in de technieken van
Sensorische Integratie) kunnen dit type programma opstellen en helpen uitvoeren.
Wanneer er een groep van primitieve en posturale reflexen aanwezig is, zullen deze storen met de
ontwikkeling van de automatische controle van het evenwicht en de bewegingen. Een reflex stimulerend
en inhiberend programma kan helpen bij het leggen van een solide basis voor de verbetering van de
bewegingsvaardigheden en daarbij het evenwicht, de coördinatie en het zelfvertrouwen versterken.
|
> Vragenlijst
> Kostenoverzicht
> Reacties op...
Disclaimer
© INPP Nederland |